Hebben "TO HAVE", ZIJN "TO BE" en Doen "TO DO"
Uitspraken in the vorm of meer en minder. Nieuwe bepalingen voor zelfstandige- en bijvoegelijke naamwoorden
 
LESSON FOURTEENLes veertien
VOCABULARYWoordenlijst

In deze les worden de werkwoorden, hebben TO HAVE, zijn TO BE, doen behandeld TO DO, met voorbeelden in de verleden tijd, tegenwoordige tijd en toekomstige tijd eveneens in vragende zin, ontkennende zin en samenvoegingen. Verder wordt ook de vervoeging van het hulpwerkwoord willen behandeld.

TEGENWOORDIGE TIJDTEGENWOORDIGE TIJD MET ONTKENNING
I HAVE A CAR
Ik heb een auto
I HAVE NOT A CAR
Ik heb geen auto
YOU HAVE A DOG
Jij hebt een hond / U heeft geen hond
YOU HAVE NOT A DOG
Jij hebt geen hond / U heeft geen hond
HE HAS A BOOK
Hij heeft een boek
HE HAS NOT A BOOK
Hij heeft geen boek
SHE HAS A DOLL
Zij heeft een pop
SHE HAS NOT A DOOL
Zij heeft geen pop
IT HAS A NEST
Het heeft een nest
IT HAS NOT A NEST
Het heeft geen nest
YOU HAVE MONEY
Jij hebt geld / U heeft geld
YOU HAVE NOT MONEY
Jij hebt geen geld / U heeft geen geld
WE HAVE A HOUSE
Wij hebben een huis
WE HAVE NOT A HOUSE
Wij hebben geen huis
THEY HAVE A GARDEN
Zij hebben een tuin
THEY HAVE NOT A GARDEN
Zij hebben geen tuin
TEGENWOORDIGE TIJD MET ONTKENNING EN SAMENSTELLING
I HAVEN'T A CARIk heb geen auto
YOU HAVEN'T A DOGJij hebt geen hond / U heeft geen hond
HE HASN'T A BOOKHij heeft geen boek
SHE HASN'T A DOLLZij heeft geen pop
IT HASN'T A NESTHet heeft geen nest
YOU HAVEN'T MONEYJij hebt geen geld/U heeft geen geld
WE HAVEN'T A HOUSEWij hebben geen huis
THEY HAVEN'T A GARDENZij hebben geen tuin
PASS (VERLEDEN TIJD)
I HAD A CARIk had een auto
YOU HAD A DOGJij had een hond / U had een hond
HE HAD A BOOKHij had een boek
SHE HAD A DOLLZij had een pop
IT HAD A NESTHet had een nest
WE HAD A HOUSEWij hadden een huis
YOU HAD MONEYJij had geld / U had geld
THEY HAD A GARDENZij hadden een tuin
VERLEDEN TIJD MET ONTKENNING
I HAD NOT A CARIk had geen auto
YOU HAD NOT A DOGJij had geen hond / U had geen hond
HE HAD NOT A BOOKHij had geen boek
SHE HAD NOT A DOLLZij had geen pop
IT HAD NOT A NESTHet had geen nest
WE HAD NOT A HOUSEWe hadden geen huis
YOU HAD NOT MONEYJij had geen geld / U had geen geld
THEY HAD NOT A GARDENZij hadden geen tuin
VERLEDEN TIJD MET ONTKENNING EN SAMENSTELLING
I HADN'T A CARIk had geen auto
YOU HADN'T A DOGJij had geen hond / U had geen hond
HE HADN'T A BOOKHij had geen boek
SHE HADN'T A DOLLZij had geen pop
IT HADN'T A NESTHet had geen nest
WE HADN'T A HOUSEWe hadden geen huis
YOU HADN'T MONEYJij had geen geld / U had geen geld
THEY HADN'T A GARDENZij hadden geen tuin
TOEKOMSTIGE TIJD
I WILL HAVE A CARIk zal een auto hebben
YOU WILL HAVE A DOGJij zult een hond hebben / U zult een hond hebben
HE WILL HAVE A BOOKHij zal een boek hebben
SHE WILL HAVE A DOLLZij zal een pop hebben
IT WILL HAVE A NESTHet zal een nest hebben
WE WILL HAVE A HOUSEWij zullen een huis hebben
THEY WILL HAVE A GARDENZij zullen een tuin hebben
TOEKOMSTIGE TIJD MET SAMENSTELLING
I'LL HAVE A CARIk zal een auto hebben
YOU'LL HAVE A DOGJij zult een hond hebben / U zult een hond hebben
HE'LL HAVE A BOOKHij zal een boek hebben
SHE'LL HAVE A DOLLZij zal een pop hebben
IT'LL HAVE A NESTHet zal een nest hebben
WE'LL HAVE A HOUSEWij zullen een huis hebben
THEY'LL HAVE A GARDENZij zullen een tuin hebben
TOEKOMSTIGE TIJD MET ONTKENNING
I WILL NOT HAVE A CARIk zal geen auto hebben
YOU WILL NOT HAVE A DOGJij zult geen hond hebben / U zult geen hond hebben
HE WILL NOT HAVE A BOOKHij zal geen boek hebben
SHE WILL NOT HAVE A DOLLZij zal geen pop hebben
IT WILL NOT HAVE A NESTHet zal geen nest hebben
WE WILL NOT HAVE A HOUSEWij zullen geen huis hebben
THEY WILL NOT HAVE A GARDENZij zullen geen tuin hebben
TOEKOMSTIGE TIJD MET ONTKENNING EN SAMENSTELLING
I WON'T HAVE A CARIk zal geen auto hebben
YOU WON'T HAVE A DOGJij zult geen hond hebben / U zult geen hond hebben
HE WON'T HAVE A BOOKHij zal geen boek hebben
SHE WON'T HAVE A DOLLZij zal geen pop hebben
IT WON'T HAVE A NESTHet zal geen nest hebben
WE WON'T HAVE A HOUSEWij zullen geen huis hebben
THEY WON'T HAVE A GARDENZij zullen geen tuin hebben
VRAAGSTELLING IN TEGENWOORDIGE TIJD
HAVE I A CAR?Heb ik een auto?
HAVE YOU A DOG?Heb jij een hond? / Heeft u een hond?
HAS HE A BOOK?Heeft hij een boek?
HAS SHE A DOLL?Heeft zij een pop?
HAS IT A NEST?Heeft het een nest?
HAVE WE A HOUSE?Hebben wij een huis?
HAVE THEY A GARDEN?Hebben zij een tuin?
ONTKENNENDE VRAAGSTELLING
HAVE I NOT A CAR?Heb ik geen auto?
HAVE YOU NOT A DOG?Heb jij geen hond? / Heeft u geen hond?
HAS HE NOT A BOOK?Heeft hij geen boek?
HAS SHE NOT A DOLL?Heeft zij geen pop?
HAS IT NOT A NEST?Heeft het geen nest?
HAVE WE NOT A HOUSE?Hebben wij geen huis?
HAVE THEY NOT A GARDEN?Hebben zij geen tuin?
ONTKENNENDE VRAAGSTELLING MET SAMENSTELLING
HAVEN'T I A CAR?Heb ik geen auto?
HAVEN'T YOU A DOG?Heb jij geen hond? / Heeft u geen hond?
HASN'T HE A BOOK?Heeft hij geen boek?
HASN'T SHE A DOLL?Heeft zij geen pop?
HASN'T IT A NEST?Heeft het geen nest
HAVEN'T WE A GARDEN?Hebben wij geen tuin